Trouw

Lodewijk Dros
23 februari 2021

Hoe kon de ecologische crisis zo uit de hand lopen? Het begon met verkeerd denken, stelt filosoof Koo van der Wal in zijn boek De symfonie van de natuur. De natuur verdient wat hem betreft een ander, beter denken.

Het rapport ‘Grenzen aan de groei’ van de Club van Rome, met alarmerende berichten over het milieu kwam uit in 1972, het jaar dat Koo van der Wal (1934) in Amsterdam hoogleraar filosofie werd. Het raakte hem, en toen hij verkaste naar Rotterdam, ging hij tijdens zijn oratie in op de ecologische crisis die aanstaande was. “We zagen dat we niet door konden gaan met onze omgang met de natuur, we zouden met een enorme klap tegen de wal varen. We zijn trouwens op dezelfde voet doorgegaan. Met de Covid-crisis en de klimaatcrisis komen we onszelf nu weer tegen.

“We zien dat we alleen oog hebben gehad voor de mens, niet voor de omgang met dieren, met het milieu. Ik heb daar zelf aan meegedaan, mijn oratie ging over de zorg van de mens voor de generaties die komen, die zouden op een uitgeklede planeet terechtkomen. We moeten, zei ik toen, zorgvuldig met haar omspringen om menselijke redenen. Nu zie ik dat we anders met de natuur moeten omspringen omwille van haarzelf, niet alleen omdat wij daar zo’n last van hebben. Dat laatste breekt ons nu op.”
Wanneer kreeg u in de gaten dat u uw eigen filosofische bananenschil was?
“Ergens in de late jaren tachtig, toen dacht ik: als je bezorgd bent om een zaak, dan moet je in die zaak zelf geïnteresseerd zijn.”
Daar heeft de filosofie weinig oog voor gehad, schrijft u in uw nieuwe boek. Dat gat in de wijsbegeerte noemt u ‘natuurvergetelheid’. Een mooi woord, dat ik nog niet eerder had gelezen.
“Dat kan kloppen, want ik heb het zelf bedacht, gevormd naar analogie van Heideggers zijnsvergetelheid. Voor de meeste moderne filosofen is de natuur geen interessant thema. Ze zijn op een schadelijke toer gegaan. Of het nu Foucault, Nussbaum, Taylor of Habermas is, of Achterhuis in Nederland: ze hebben het alleen maar over menselijke aangelegenheden. Dat is mij te beperkt.”  
Zelf is Van der Wal breed geschoold: hij studeerde behalve wijsbegeerte ook godsdienstwetenschap en Duits. Hij doceerde onder meer ethiek, politieke en milieufilosofie. In zijn nieuwste boek loopt Van der Wal de filosofiegeschiedenis door, van de premoderne tijd met haar mythische wereldbeeld, via de ‘klassiek-moderne’ filosofie die gestempeld is door ‘mechanistisch’ denken tot aan nieuwere, ‘post-klassieke’ denkstromingen waarin hij zichzelf plaatst.
“In de premoderne tijd wist je je opgenomen in een groter geheel, je maakte deel uit van een overgrijpend, bezield verband.” Dat illustreert Van der Wal met een uitspraak van een ‘Pawnee-Indiaan’. “Het dak van het wereldhuis beschermt plant, dier en mens; alle drie verenigen zij zich tot een grote familie. De hoofdman-boven zegende alle planten en dieren en zei dat zij vrienden van de mensen zijn en dat alle mensen vrienden van hem zijn. Planten en dieren behoort men niet te misbruiken, maar met respect te behandelen.”

“Vanaf de Renaissance gaat de mens zichzelf voorop plaatsen, alles begint om hem te draaien. We promoveerden onszelf de natuur uit en degradeerden die van een bezield verband van medeschepselen tot een grote schuur vol hulpbronnen die de mens naar believen kan exploiteren. Dat kon de natuur een tijd aan, maar het kán niet meer.”
De huidige ecologische crisis hangt daarmee samen?
“Ja. Die staat niet los van ons denken. Sinds Descartes is de natuur in de hoofdstroom van de westerse filosofie zo dood als een pier, filosofen en fysici zagen alleen maar oorzakelijkheden en ijzeren wetten, geen rijke ervaringen. Door de natuurkundige Newton en zijn collega’s hebben we een gemechaniseerd wereldbeeld gekregen, alles is materie, niets heeft een levende binnenkant, de hele werkelijkheid is van legoblokjes. Dat is heel eenzijdig, we hebben daardoor langs veel heen gekeken. De natuur is in die optiek een gesloten geheel. De gevolgen zie je in de geneeskunde: die heeft lang geen oog gehad voor psychosociale oorzaken van kwalen.”
In Van der Wals boek speelt ‘emergentie’ een sleutelrol. “In de natuur kom je, van de laagste laag tot de hoogste – atomen, via moleculen, eiwitten, leven, ecosystemen, sociale verbanden – verschijnselen tegen die je niet tot elkaar kunt reduceren. Tussen die lagen zitten sprongen. Na zo’n kantelpunt verschijnen er, dat is emergentie, nieuwe fenomenen met nieuwe eigenschappen en gedragswijzen. Natuur zie ik als een reservoir van potenties die zich deels ontvouwen. Het andere deel kennen we niet.”

In uw woordkeus schemert iets religieus door. U heeft het over ‘geestrijkheid’ en over een ‘ingelegde orde’ in de natuur, u haalt Goethe aan die het over ‘Gods handschrift’ had. Legt God die orde in de natuur?
Lachend: “God is een metafoor, een aanduiding van het geheim van de werkelijkheid, dat we niet doorgronden. Ons kenvermogen is ongeschikt om bepaalde dimensies te bevatten. Dat geheim proberen we met chiffren, met metaforen en gelijkenissen te pakken. Dat is wat een jonge lichting filosofen doet.”
De klassiek-moderne filosofie heeft volgens Van der Wal de werkelijkheid platgeslagen en de deur dichtgegooid voor andere dan meten-is-wetenkennis. Hij wil de diepte in, en de wereld ook met gebruikmaking van ‘niet-wetenschappelijke’ kennis bestuderen, zoals die van de alledaagse ervaring, van de kunst, de moraal, de religie, de mythe en de mystieke ervaring.
Dat getuigt van een openheid die niet past bij de Newtoniaanse wereldvisie.
“Nee, dat gemechaniseerde wereldbeeld kende geen plaats toe aan het immateriële, aan kunst, aan bewustzijn. Of aan spiritualiteit, terwijl de spiritualiteit van het dagelijks leven óók kennis is, als je voor het eerst je kind in je handen hebt, of je wordt verliefd of vervoerd door muziek. Achter het verdwijnpunt van onze blik schuilt meer, we moeten wel veronderstellen dat er achter die horizon iets is, en daar helpen die ervaringen bij.”
In zijn vorige boek ‘Op zoek naar de ziel van Europa’ (2018) zocht Van der Wal naar een ‘ijzersterk, inspirerend verhaal’ waardoor burgers de EU in hun hart zouden sluiten. Hetzelfde zoekt Van der Wal met het oog op de natuur. Die is in zichzelf schoon, goed en waar. “Dat zijn geen subjectieve termen, een kwestie van smaak of overtuiging. De grote natuurwetenschappers zien de natuur als iets wonderbaarlijks, ze heeft een ingebakken elegantie en haar schoonheid is volgens hen een kenmerk van waarheid. Die aspecten zitten ingebed in de natuur. Daar ben ik vast van overtuigd.”
Dat klinkt als de ideeën van de oude Grieken. U bepleit een ‘rehabilitatie van de premoderne werkelijkheidsvisie’. Bent u nostalgisch?
“Zo zou ik dat niet willen zeggen. De filosofie was ooit een wijsheidsleer en haar grondvraag was: wat is de zin van alles? Uitgerekend dat aspect is er door het klassiek-moderne denken totaal uitgegooid. De filosofie is zo haar kompasfunctie kwijtgeraakt. Ik vind haar terug in de premoderne filosofie. Die verdonkeremaande de rijkdom van menselijke ervaringen niet. Die oude filosofie wil ik niet restaureren, maar eerherstel voor ervaringen en voor verbondenheid is wel op z’n plaats. De bronnen van ervaring zijn verstopt geraakt. Ik wil ze ontstoppen.” 
Daarmee zijn we terug bij het bezield verband van mens, dier en plant. Dat klinkt naar natuurmystiek.
“Einstein had het over het ‘eeuwig geheim’. In mijn boek zet ik de deur daarnaartoe inderdaad op een kiertje.”
Duwt u hem even open.
“Dat doe ik in mijn volgende boek, het is bijna klaar. Ik tracht daarin de sporen van de mystiek in de filosofiegeschiedenis op te zoeken. Naast de hoofdstroom zijn die opvallend sterk aanwezig. Je hoeft daarvoor niet naar het Oosten, het westerse denken zit er vol mee. Dat verbaast me, al die spiritualiteit. Toch is het wel te begrijpen. Filosofie wil álle ervaring duiden, niet alleen een stukje ervan. Dat is inspirerend. En het biedt tegenwicht aan veel moderne literatuur die treurig is en zich afspeelt aan de zelfkant van het bestaan. Ik zoek juist een groot verhaal. Daar kan de filosofie aan bijdragen, evenals de kunst en de poëzie. Zoals Goethe al schreef: ‘Om mij te verbazen ben ik er’.”

Koo van der Wal

De symfonie van de natuur.

Tableau van een kleurrijke en creatieve werkelijkheid

Gompels&Scavina; 312 blz. € 32,90